Internationale kinderontvoering: wat kan u doen als uw kind niet terugkeert uit het buitenland?
Een ouder vertrekt met de kinderen naar het buitenland voor een vakantie, maar beslist vervolgens om niet meer terug te keren. Of beide ouders stemmen ermee in dat de kinderen tijdelijk bij één van hen in het buitenland verblijven, waarna die ouder weigert hen terug naar België te laten komen. Het zijn situaties die sneller onder internationale kinderontvoering kunnen vallen dan men op het eerste gezicht zou denken. Bij een internationale kinderontvoering is snel handelen belangrijk. Het Haags Kinderontvoeringsverdrag van 25 oktober 1980 voorziet daarom in een bijzondere procedure om de terugkeer van een kind naar het land van zijn gewone verblijfplaats te vragen. Maar wanneer is juridisch sprake van internationale kinderontvoering? Moet een kind altijd worden teruggestuurd? Wat als het kind ondertussen al enige tijd in het buitenland woont? En wanneer kan een advocaat u helpen? We leggen het uit aan de hand van een voorbeeld.
Een voorbeeld: de kinderen keren na hun verblijf in het buitenland niet terug
Een moeder woont met haar twee kinderen in België. De kinderen staan in België ingeschreven, gaan hier naar school en hebben hier steeds hun dagelijks leven gehad.
De vader woont in het buitenland.
Tijdens de zomer vertrekken de kinderen met de vader naar het buitenland voor een vakantie van enkele weken en om de familie van de vader te bezoeken. Aanvankelijk lijkt het om een tijdelijk verblijf van één maand te gaan. Wanneer de kinderen zouden moeten terugkeren weigert de vader hen echter terug te brengen.
De zomer eindigt en de kinderen worden door de vader ingeschreven in de plaatselijke school. Ze spreken de taal via de vader en diens familie. Vader stelt dat zij daar willen blijven.
Wat kan de moeder doen?
In een dergelijke situatie moet eerst worden onderzocht of sprake is van een ongeoorloofde overbrenging of ongeoorloofde vasthouding in de zin van het Haags Kinderontvoeringsverdrag.
Wat is het Haags Kinderontvoeringsverdrag?
Het Haags Kinderontvoeringsverdrag is een internationaal verdrag dat kinderen wil beschermen tegen de gevolgen van een ongeoorloofde overbrenging naar of vasthouding in een ander land.
Het uitgangspunt is eenvoudig: een ouder mag niet eenzijdig beslissen om het centrum van het leven van een kind naar een ander land te verplaatsen wanneer dit in strijd is met het gezagsrecht van de andere ouder.
Wanneer sprake is van een internationale kinderontvoering, kan via het Verdrag de terugkeer van het kind naar het land van zijn gewone verblijfplaats worden gevraagd.
Dat is een belangrijk onderscheid. De rechter die over het terugkeerverzoek oordeelt, beslist in principe niet definitief bij welke ouder het kind moet wonen. De terugkeerprocedure dient in de eerste plaats om te herstellen wat door de ongeoorloofde overbrenging of vasthouding werd gewijzigd. De discussie over het ouderlijk gezag of de uiteindelijke verblijfsregeling wordt hier dus niet gevoerd.
Wanneer is er sprake van internationale kinderontvoering?
Niet iedere verhuis of ieder verblijf van een kind in het buitenland is een internationale kinderontvoering.
Voor de toepassing van het Haags Kinderontvoeringsverdrag moet onder meer worden onderzocht:
- waar het kind onmiddellijk vóór de overbrenging of vasthouding zijn gewone verblijfplaats had;
- of de overbrenging of het niet terugbrengen van het kind een bestaand gezagsrecht schendt;
- of dat gezagsrecht op dat ogenblik daadwerkelijk werd uitgeoefend of zou zijn uitgeoefend indien de overbrenging of vasthouding niet had plaatsgevonden;
- en of het kind jonger is dan 16 jaar.
Het gezagsrecht omvat daarbij onder meer het recht om mee te beslissen over de verblijfplaats van het kind.
Een internationale kinderontvoering veronderstelt dus niet noodzakelijk dat een ouder het kind heimelijk meeneemt. Ook een situatie waarin beide ouders aanvankelijk akkoord gingen met een tijdelijk verblijf in het buitenland, maar één ouder vervolgens weigert het kind terug te brengen, kan een ongeoorloofde vasthouding vormen.
Wat is de "gewone verblijfplaats" van een kind?
De gewone verblijfplaats is in internationale kinderontvoeringszaken een cruciaal begrip.
Het gaat niet noodzakelijk alleen om het officiële domicilie van het kind. Er wordt gekeken naar de concrete omstandigheden en naar de plaats waar het dagelijkse leven van het kind zich vóór de overbrenging of vasthouding bevond.
Elementen die daarbij belangrijk kunnen zijn, zijn bijvoorbeeld:
- waar het kind woonde;
- waar het naar school of naar de kinderopvang ging;
- waar het medisch werd opgevolgd;
- waar zijn sociaal en familiaal leven zich afspeelde;
- en hoe duurzaam het verblijf in een bepaald land was.
In ons voorbeeld kunnen de inschrijving van de kinderen, hun schoolloopbaan en hun dagelijkse leven in België dus belangrijke elementen vormen om aan te tonen dat hun gewone verblijfplaats vóór hun vertrek in België lag.
Wat als de andere ouder zegt dat hij toestemming had?
Dit is een bijzonder belangrijk aandachtspunt.
De rechter kan rekening houden met het feit dat de achterblijvende ouder vooraf met de overbrenging heeft ingestemd of zich achteraf bij de nieuwe situatie heeft neergelegd.
Een toestemming voor een vakantie of tijdelijk verblijf is echter niet hetzelfde als een toestemming om het kind definitief in het buitenland te laten wonen.
De concrete communicatie tussen de ouders kan daarom van groot belang zijn. WhatsApp-berichten, e-mails, sms-berichten en andere communicatie kunnen bijvoorbeeld aantonen wat oorspronkelijk was afgesproken, of de achterblijvende ouder nadien om de terugkeer van het kind heeft gevraagd, of zich tegen de verhuis van de kinderen heeft verzet.
Het is daarom verstandig om dergelijke communicatie zorgvuldig te bewaren en in een vroeg stadium juridisch te laten beoordelen.
Moet de rechter het kind altijd terugsturen?
Wanneer wordt vastgesteld dat sprake is van een ongeoorloofde overbrenging of vasthouding, is het uitgangspunt van het Haags Kinderontvoeringsverdrag de snelle terugkeer van het kind naar het land van zijn gewone verblijfplaats.
Dat betekent opnieuw niet dat de rechter daarmee definitief beslist dat het kind bij de andere ouder moet gaan wonen.
De bedoeling is dat een ouder niet door een eenzijdige internationale verplaatsing zelf een nieuwe feitelijke toestand kan creëren en vervolgens in het nieuwe land de discussie over het gezag laat beslechten. De procedure onder het Haags Kinderontvoeringsverdrag is daarom uitdrukkelijk bedoeld als een snelle procedure.
Kan de rechter weigeren om het kind terug te sturen?
Ja. Het Verdrag voorziet daarvoor in een beperkt aantal uitzonderingen. Zo kan onder meer worden aangevoerd dat:
- de andere ouder zijn gezagsrecht niet daadwerkelijk uitoefende;
- de andere ouder toestemming had gegeven voor de overbrenging of achteraf in de situatie had berust;
- er een ernstig risico bestaat dat het kind door een terugkeer wordt blootgesteld aan lichamelijk of geestelijk gevaar of in een ondragelijke toestand wordt gebracht;
- het kind zelf bezwaar maakt tegen zijn terugkeer en een leeftijd en maturiteit heeft bereikt waarbij met zijn mening rekening behoort te worden gehouden;
- of, onder bepaalde voorwaarden, dat het kind na verloop van meer dan één jaar inmiddels in zijn nieuwe omgeving is geworteld.
Deze uitzonderingen maken een dossier sterk feitelijk. De omstandigheden van ieder gezin moeten daarom steeds afzonderlijk worden beoordeeld.
Wat gebeurt er als er al meer dan één jaar verstreken is?
De termijn van één jaar is belangrijk, maar wordt soms verkeerd begrepen.
Na één jaar is een terugkeerverzoek niet automatisch te laat. Ook wanneer meer dan één jaar verstreken is, kan de rechter nog altijd de terugkeer van het kind bevelen.
Het verschil is dat, wanneer de terugkeerprocedure pas na meer dan één jaar wordt gestart, de ouder die zich tegen de terugkeer verzet bijkomend kan proberen aan te tonen dat het kind inmiddels geworteld is in zijn nieuwe omgeving. School, vrienden, kennis van de taal, woonomgeving en de wijze waarop het kind in het nieuwe land is geïntegreerd, kunnen daarbij relevant worden.
Net daarom is het belangrijk om bij een mogelijke internationale kinderontvoering niet onnodig af te wachten.
Wat als het kind zegt dat het niet wil terugkeren?
Ook de mening van het kind kan in bepaalde omstandigheden een rol spelen.
Er bestaat daarvoor geen vaste leeftijdsgrens in het Verdrag. De rechter beoordeelt of het kind een leeftijd en mate van maturiteit heeft bereikt waardoor het passend is om met zijn mening rekening te houden.
Dat betekent echter niet dat een kind eenvoudigweg zelf beslist of het al dan niet terugkeert. De rechter zal de concrete omstandigheden moeten onderzoeken. In conflictsituaties kan bovendien discussie ontstaan over de vraag in welke omstandigheden een bepaalde mening van een kind tot stand is gekomen.
Waar moet een terugkeerverzoek worden ingediend?
Een ouder kan voor een internationale kinderontvoering onder meer een beroep doen op de Belgische Centrale Autoriteit Internationale Kinderontvoering.
Wanneer een kind vanuit België naar het buitenland werd overgebracht of daar wordt vastgehouden, kan via de Centrale Autoriteit worden gevraagd om de terugkeerprocedure op te starten. Daarbij wordt samengewerkt met de bevoegde autoriteiten in het land waar het kind zich bevindt.
Het Haags Kinderontvoeringsverdrag staat daarnaast toe dat onder bepaalde omstandigheden rechtstreeks een procedure voor de bevoegde buitenlandse rechter wordt gevoerd. Welke aanpak het meest aangewezen is, moet per dossier worden bekeken.
Welke documenten heeft u nodig?
Wie een terugkeerverzoek wil voorbereiden, verzamelt best zo snel mogelijk zoveel mogelijk informatie. Denk onder meer aan:
- de geboorteakte van het kind;
- bewijs van de gewone verblijfplaats in België;
- een attest van gezinssamenstelling;
- schoolattesten of attesten van de kinderopvang;
- gegevens over medische opvolging;
- eventuele rechterlijke beslissingen over ouderlijk gezag, verblijf of omgang;
- eventuele overeenkomsten tussen de ouders;
- identiteits- en reisdocumenten;
- foto's van het kind en de andere ouder;
- gegevens over de vermoedelijke verblijfplaats van het kind;
- een eventueel proces-verbaal van aangifte bij de politie;
- en vooral relevante communicatie tussen de ouders over het vertrek en de gevraagde terugkeer.
Een goed opgebouwd dossier kan belangrijk zijn om zowel de gewone verblijfplaats als de omstandigheden van het vertrek en het eventuele gebrek aan toestemming aan te tonen.
Heb ik een advocaat nodig bij internationale kinderontvoering?
Het is perfect mogelijk om zelf contact op te nemen met de Belgische Centrale Autoriteit. Toch kan juridische begeleiding bijzonder nuttig zijn.
Internationale kinderontvoering bevindt zich immers op het kruispunt van familierecht, internationaal privaatrecht en internationale procedure. Bovendien moet vaak in twee landen tegelijk worden geschakeld.
Een advocaat kan onder meer:
- beoordelen of het Haags Kinderontvoeringsverdrag van toepassing is;
- onderzoeken waar de gewone verblijfplaats van het kind lag;
- beoordelen of sprake is van een ongeoorloofde overbrenging of vasthouding;
- adviseren over mogelijke verweren zoals toestemming, berusting of het verstrijken van de termijn van één jaar;
- het terugkeerverzoek mee voorbereiden;
- helpen bij het verzamelen en structureren van de bewijsstukken;
- contacten onderhouden met de Belgische Centrale Autoriteit;
- een gespecialiseerde advocaat in het buitenland zoeken en inschakelen;
- de buitenlandse procedure vanuit België mee opvolgen;
- en eventueel reeds een procedure ten gronde opstarten in België.
In internationale kinderontvoeringszaken kan bovendien veel afhangen van communicatie die reeds heeft plaatsgevonden. Vroeg juridisch advies kan vermijden dat verdere communicatie onbedoeld een verkeerde indruk wekt over bijvoorbeeld toestemming met een definitief verblijf in het buitenland.
Ook wanneer een kind vanuit het buitenland naar België wordt meegenomen
Het Haags Kinderontvoeringsverdrag werkt uiteraard in beide richtingen.
FAIRWAY kan niet alleen bijstand verlenen wanneer een kind vanuit België naar het buitenland werd meegenomen of daar wordt vastgehouden. Ook wanneer een kind vanuit het buitenland naar België wordt overgebracht en een buitenlandse ouder de terugkeer vraagt, is juridische bijstand aangewezen.
In dat geval moet onder meer worden onderzocht:
- of werkelijk sprake was van een ongeoorloofde overbrenging of vasthouding;
- waar het kind voordien zijn gewone verblijfplaats had;
- welke gezagsrechten bestonden;
- en of één van de uitzonderingen op de terugkeerverplichting van toepassing kan zijn.
Internationale kinderontvoering: snel juridisch advies kan belangrijk zijn
Een internationale kinderontvoering is niet alleen juridisch complex. Voor ouders is het vaak ook een bijzonder emotionele en urgente situatie. Tegelijk is het belangrijk om niet uitsluitend vanuit die emotie te handelen.
De plaats waar het kind voordien woonde, de afspraken tussen de ouders, de communicatie voor en na het vertrek, de tijd die ondertussen verstreken is en de concrete situatie van het kind kunnen allemaal een belangrijke rol spelen.
FAIRWAY – Partners in Law and Mediation beschikt over ervaring in het personen- en familierecht en kan u begeleiden wanneer uw kind vanuit België naar het buitenland werd meegenomen of daar niet terugkeert, maar eveneens wanneer in België een terugkeerprocedure tegen u wordt opgestart.
Wij kunnen u onder meer bijstaan bij de juridische analyse van de situatie, het voorbereiden van een terugkeerverzoek, de contacten met de Centrale Autoriteit en de coördinatie met buitenlandse advocaten wanneer een procedure in het buitenland noodzakelijk is.
Vermoedt u dat sprake is van internationale kinderontvoering of wordt u zelf geconfronteerd met een verzoek tot terugkeer van een kind? Neem dan zo snel mogelijk contact met ons op. We bekijken samen welke regels van toepassing zijn en welke stappen in uw concrete situatie aangewezen zijn.
nl
Français
English